About Devita’R Cruise
De eerste ochtend werd ik vroeg wakker, nog voor zonsopgang, op het zachte gekletter van de ankerketting en de geur van sterke Indonesische koffie uit de kombuis. We lagen voor anker bij Padar, de lucht nog donkerblauw, en een paar van ons verzamelden zich op het bovendek, gewikkeld in dunne dekens. De kapitein had Devita’R Cruise perfect geplaatst — je kon de gegolfde kammen van het eiland zien veranderen van zwart naar roestbruin terwijl het licht langzaam toesloeg. Tegen de tijd dat de zon boven de pieken uitkwam en scherpe schaduwen over de baaien wierp, had ik al het gevoel dat we iets hadden meegemaakt wat de meeste mensen alleen op foto’s zien.
Devita’R Cruise is 30 meter no-nonsense comfort — geen overdreven luxe, maar alles werkte en voelde op de juiste manier ‘beleefd’. Er zijn in totaal vijf hutten, en wij zaten op een gedeelde 3D2N trip met 12 gasten, dus het schip voelde nooit vol. Mijn Superior Ocean View-hut had een echt raam (geen patrijspoort), een verrassend stevige matras en airco die zelfs bij anker niet afkapte. De gedeelde badkamers werden tweemaal daags schoongemaakt, en er was altijd warm water — een klein detail, maar wel eentje dat ik opviel na andere trips waar dat niet zeker was.
Dag 1 begon om 15.00 uur met een landing op Kelor Island. Een korte wandeling omhoog gaf ons dat klassieke uitzicht op turkoois water en zandbanken, gevolgd door een late snorkelsessie in kalm, helder water vlak voor de kust. Aan boord werd de barbecue aangestoken op het achterdek. Het avondeten bestond uit gegrilde mahi-mahi, pittige aubergine en gebakken bananen, geserveerd aan de overdekte eettafel met plafondventilatoren boven ons hoofd. Later ontspanden een paar van ons in de jacuzzi onder een wolk sterren, terwijl het schip geruisloos koers zette richting Padar voor de volgende dag.
Dag 2 was de hoofdact: zonsopgang op Padar, daarna de rangerpost op Komodo Island in Loh Liang. De wandeling met de Komodo-draken was surreëel — we zagen er zes, waaronder één die een dood hert aan het verscheuren was langs het pad. Daarna was Pink Beach bijna een opluchting — zacht koraalroze zand, ondiep water, perfect om te zwemmen. In de middag snorkelden we bij Manta Point. Ik zag drie mantaroggen, een ervan zo dichtbij dat ik het patroon op zijn rug kon zien. In de avond lag het schip voor anker bij Kalong Island, waar we keken naar duizenden fruitvleermuizen die ’s schemerds uit de mangroven opstegen.
Op Dag 3 stopten we eerst bij Taka Makassar — zandbank, blauw water, ideaal voor een laatste duik in de zee. Daarna Kanawa, waar we vanaf het achterdek in dieper water sprongen en dreef over riffen met papegaaivis en anemoonvissen. We kwamen rond 15.00 uur terug in Labuan Bajo. De check-out ging snel, en de bemanning hielp met het regelen van een taxi naar het vliegveld. Geen druk om te tippen, maar ik deed het toch — de crew had het verdiend.










