About Nusa Kembara
Ik herinner me de kou op mijn armen toen ik vroeg in de ochtend het dek van de Nusa Kembara betrad. Het eerste licht streelde de kalksteenpieken van de eilandjes bij Wayag. Het enige geluid was het zachte rinkelen van de takel en het verre gekrijs van een zeevogel. We hadden laat in de nacht geankerd, ver van elk dorp, en wakker worden op die plek voelde alsof je aan de rand van de wereld stond. Het schip trilde zacht onder het oppervlak — geen harde motoren, alleen het rustige ritme van hout en water.
Dit was niet mijn eerste liveaboard, maar de Nusa Kembara verraste me met hoe ruim het aanvoelde, ondanks slechts twee hutten. De bemanning kende onze namen al tijdens het ontbijt, en het ritme van de reis ontvouwde zich zonder haast. Op een middag arriveerden we bij Cape Kri in de Dampier Strait. Zodra ik het water in dook, cirkelde een school batfish om me heen, zo dicht dat ze het zonlicht blokkeerden. De duikgids wees op een dwergseahorse, verstopt in een steentje niet groter dan mijn vuist. Dit waren geen gewone duiken — het voelde als afspraken met het onverwachte.
Het schip, gebouwd in 2022, bewoog doelgericht. Met zijn 41 meter baande het zich een weg door de stroming tussen de eilanden zonder problemen. Op een avond klommen we na het eten naar het zonnedek. De lucht zat vol sterren, zonder lichtvervuiling. De kapitein wees constellaties aan en gaf me een verrekijker om een ver weg gelegen atool te bekijken, waar vuurvliegjes knipperden in de mangroves. Geen muziek, geen geforceerde animatie — alleen de warmte van een goed verzorgde plek waar je het ademen van de oceaan echt kon horen.
We brachten een volledige dag door in het zuiden van Raja Ampat, met een stop bij een klein rif bij Arborek. Na het snorkelen werden we uitgenodigd op een houten steiger waar een lokale familie verse ananas serveerde en verhalen vertelde in gebrekkig Engels. Aan boord had de chef een papaja-coco-salade klaargemaakt die precies smaakte naar de plek — fris, zuiver en een beetje wild. De maaltijden werden geserveerd op het achterdek, waar de tafel lang genoeg was om met z’n allen te eten zonder elkaar op de lip te zitten.
Op de laatste ochtend lagen we voor anker onder de dramatische kliffen van Piaynemo. Ik zwom een stukje weg van het schip en keek terug naar de Nusa Kembara, die rustig dobberde in het smaragdgroene water, de teakhouten reling glimmend, de zeilen opgerold. Het was niet opzichtig — geen gouden accenten of spiegelwanden — maar alles werkte. De douche had krachtig water, de ventilator in de hut draaide de hele nacht, en mijn duikspullen waren altijd droog en klaar. Het was het soort jacht dat de plek laat spreken, terwijl je nooit ongemakkelijk bent.










