About Sea Safari 8
De eerste ochtend werd ik wakker voor zonsopkomst, op het zachte getinkel van het want en de geur van sterke Indonesische koffie uit de kombuis. De lucht was nog indigo toen we voor anker gingen bij Wayag, dat beroemde cluster van mosbedekte kalkrotsen die uit zee steken. Ik zat op het voordek, gewikkeld in een dunne deken, en keek hoe de horizon in goud kleurde. Tegen de tijd dat de zon opkwam, was het schip stil — alleen de schipper en een matroos waren bezig met de rubberboot. Wij waren het enige vaartuig in de baai.
Die eerste volledige dag brachten we door met eilandhopping tussen Wayag en de Gam-eilanden. De bemanning had een beschaduwde picknick op het strand georganiseerd op een strook wit zand zo fijn dat het onder je voeten piepte — geen naam op de kaart, alleen een stipje in de reisschema-notities. Na de lunch gingen we snorkelen bij Cape Kri. In één duik telde ik 17 verschillende rifvissen, vlak onder het oppervlak. De zichtbaarheid was ruim 20 meter. Een van de gidsen wees een minuscule dwergseahond aan, verstopt in koraal waar ik net langs was gelopen zonder het te zien.
Sea Safari 8 voelde ruim, ondanks slechts vier hutten. Met maximaal 26 gasten voelde het nooit druk, zelfs niet tijdens de maaltijden. Op het gemeenschappelijke dek stonden diepe, met kussens beklede ligstoelen, een overdekte eethoek en een kleine voorbereidingsplek waar de chef elke ochtend mango’s en limoenen sneed. Het avondeten werd familiestijl geserveerd — gegrilde rifvis met kurkuma, gestoomde rijst en sambal zo vers dat mijn neus ervan prikte. Op een avond aten we onder de sterren, met slechts één lantaarn die boven ons heen en weer zwaaide.
De tweede dag voeren we zuidwaarts richting Arborek en de manta-reinigingsstations bij Penemu. Het duikteam kende de getijden — ze lieten ons in op het moment dat de stroming vertraagde, en binnen enkele minuten cirkelden drie mantas onder ons. Ik dreef aan het oppervlak, zacht trappend, en keek hoe hun vleugels als schaduwen door het water gleden. Later stopten we bij Arborek Jetty. De dorpskinderen zwaaiden vanaf het houten platform, en een paar van ons zwommen erheen om het koraal onder de palen te verkennen. De natuurlijke had ons verteld over het gemeenschapsrif, en het verschil was zichtbaar — meer vis, meer kleur.
Onze laatste ochtend begon in de Dampier Strait, waar we een driftsnorkel maakten langs de rand van het rif bij Yenbuba. Het water stroomde snel, maar de gidsen hielden formatie — twee vooraan, twee achteraan. Daarna keerden we terug naar het schip voor een snelle ontbijtmaaltijd voordat we koers zetten naar Sorong. Ik bracht het laatste uur door op het bovendek, bladerend door de onderwaterfoto’s die het personeel voor de gasten had afgedrukt. Geen Wi-Fi, geen signaal — alleen het brommen van de motor en de open zee.
Ik had niet verwacht hoe stil het zou voelen, zelfs met een vol schip. De bemanning bewoog met kalmte en precisie. Geen geschreeuw, geen haast. Zij wisten dat Raja Ampat geen checklist was — het was een ritme. En Sea Safari 8 bewoog mee in dat ritme.










