About Andalucia II
Het was nog niet echt licht, maar de hemel kleurde zacht achter Padar Island toen ik het voordek op stapte. De bemanning had al stilletjes het anker gelicht; de motor zoemde zacht onder het kraken van het teakhout. Geen haast, geen aankondigingen — alleen de boot die soepel het grijze water in gleed, de boeg gericht op de gekromde rug van het eiland. Die rustige start bepaalde de toon: Andalucia II schreeuwt geen luxe, ze draagt het. Lang genoeg gebouwd om traditie in haar lijnen te dragen — 26,4 meter — heeft ze ruimte om adem te halen. Vier hutten, maar nooit drukte, zelfs met 18 gasten.
Rond het middaguur lagen we voor anker in een baai bij Komodo Island, het rangerstation nauwelijks zichtbaar tussen de bomen. De wandeling op zoek naar de Komodo-dragon was warm, het pad stoffig onder de zolen, maar de afdaling terug naar de boot voelde verdiend. Lunch stond klaar op het overdekte eetdek — gegrilde vis, papaja-salade, koud kokoswater vers gesneden aan tafel. De wind speelde met de rand van het afdak, iemand draaide zacht jazz vanuit een telefoon. Dit was geen fine dining op wit linnen, maar eerlijk, vers en perfect getimed. Het ritme voelde natuurlijk, niet ingestudeerd.
Snorkelen bij Manta Point was het soort geluk dat je niet kunt forceren. Drie mantaroggen cirkelden onder ons, niet aan het vertonen, gewoon passerend, hun vleugels als schaduwen over het rif. We dreven erboven, stil, zorgvuldig om geen sediment op te roeren. Later, bij Pink Beach, was de kleur subtiel — meer zalmkleurig in de zon, roze in de schaduw — maar het zand was koel, het water kristalhelder. Kleine blauwe visjes flitsten tussen de koraalstukjes. De bemanning had een tafel opgesteld met handdoeken en water. Geen franje, alleen aandacht.
Op de laatste ochtend bereikten we Taka Makassar om 7:30 uur. De zandplaat was al zichtbaar, een smalle streep wit in het turkoois. We waadden het water in, telefoons uit, schoenen vergeten. Het water reikte amper tot onze knieën, maar het uitzicht strekte zich eindeloos uit — blauw op blauw, de boot een klein silhouet achter ons. Daarna Kanawa, met koraalbommels dicht onder het oppervlak en schildpadden die tussen het rif snuffelden. Aan boord stonden de hangmatten leeg, de energie van de dag op de beste manier opgebruikt. Andalucia II probeert niet te imponeren. Ze brengt je er gewoon, comfortabel, zonder vertoon.
’s Avonds voor anker bij Kalong kleurde de hemel oranje achter de mangroves. De vleermuizen begonnen hun langzame spiraal uit de bomen. Het avondeten werd geserveerd onder lichtslingers — kip saté, gebakken kangkung, gefrituurde tempeh. De bemanning bewoog zacht tussen de tafels. Na het dessert speelde er eentje gitaar, niet voor show, maar omdat iemand had gevraagd. De boot voelde alsof ze hier thuishoorde — geen indringer, geen pronkstuk, maar onderdeel van de stroming.










