About Lamain Voyage 2
De eerste avond zei genoeg. We kwamen laat aan in Sebayur, precies op het moment dat de hemel vloeibaar werd achter de vulkanische kam. Terwijl andere boten ver uit de kust ankerten, gleed Lamain Voyage 2 naar de noordrand van de baai, dicht genoeg om het droge bos te ruiken. Een jonge dekhand, blootsvoets en stil, bevestigde de stuurboordlijn aan een kale koraalformatie. Geen geschreeuw, geen motorgeluid. Die stilte was geen toeval — het was precisie.
Met een lengte van 41,5 meter biedt het schip ruimte zonder op te dringen. De vier hutten zijn bewust gescheiden — geen gedeelde wanden tussen Master en VIP, elk bereikbaar via externe teaktrappen. Ik verbleef in de Superior-hut, aan achterzijde, net boven de waterlijn. Het patrijspoortje ving elke nacht de kielzog, een spoor van vloeibaar zilver. Tegen de ochtend van dag 2 stonden we al op Padar, wandelend onder het nagloeien van een bijna volle maan. De klim begint steil, maar de haarspeldbochten zijn goed afgestemd, en de bemanning had thermoskannen met gemberthee klaargezet op de eerste bergrug.
We zagen Komodo-draden niet in een opgezette kraal, maar languit bij het rangerstation in Loh Liang, half begraven in het stof. De gids, Pak Ade, wees op de gevorkte tong die onze geur aftastte. Later, op Pink Beach, was het zand niet alleen roze — het glinsterde met rode foraminiferen, fijn koraal zichtbaar onder een loep. De rubberboot van Lamain Voyage 2 zette ons af in kniediep water, en we waden naar binnen zonder het rif te betreden. Geen touwen, geen drijvende platforms. Alleen het juiste getijmoment kiezen.
Snorkelen op Manta Point was geen chaos. De kapitein positioneerde het schip stroomopwaarts, en we doken een voor een in, op 30 meter van het reinigingsstation. Twee mantas cirkelden twintig minuten lang in dezelfde groef van het rif, hun vleugelpunten die silt opwierelden uit het basalt. Aan boord had de spoelplaats zowel zoet- als zoutwater — een klein detail, maar na twee uur in de stroming maakte het uit.
Op de laatste ochtend bereikten we Taka Makassar om 07:15. Het zandbankje dook op als een spookbeeld, dun en verblindend. Dan volgde Kanawa — ondiepe lagunes met zeeschildpadden die door zeegras snuffelden. We verlieten Labuan Bajo om 08:30 op dag 1; terug om 14:00 op dag 3. Daartussen voelde geen enkele activiteit gehaast. Zelfs het motorgeluid was geregeld — vroege overtochten bij verlaagd toerental, zodat gesprekken niet verloren gingen in trillingen.










