About Zada Hela
Het eerste wat opviel, was de geur van zout en geroosterde maïs die opsteeg vanaf het benedendek, net na zonsopkomst. We lagen voor anker bij Kelor Island, het groene eiland afgetekend tegen de bleke ochtendlucht. Met een kop koffie liep ik blootsvoets over het teakhout, nog koel van de nacht, terwijl de bemanning de rubberboot liet zakken. Er waren zo’n twintig van ons — net genoeg om bij naam te blijven kennen vanaf dag twee. Zada Hela voelde als een oude koopvaardijschip, lang van lijn en breed in de hek, ruimer dan verwacht voor een charter met twee hutten. Later hoorden we dat de andere gasten deelde in gedeelde accommodaties elders aan boord.
Halverwege de ochtend hadden we het droge pad van Menjerite Island beklommen onder een stijgende zon. Het eiland was stil, op scharrelende hagedissen na. In de middag veranderde alles — snorkelen bij Manta Point rond drie uur, toen het licht zuiver door de stroming sneed. Mijn eerste manta zag ik daar, niet vluchtig, maar cirkelend, dicht genoeg om het zachte suizen van de kieuwen te horen. Aan boord vulde de open eetruimte zich met gelach en borden tamarindevisgoulash. De entertainmentruimte bleef meestal stil; wij kozen voor het bovendek, uitgestrekt op ligbedden, sterren turend boven de scherpe kam van Padar.
Dag twee begon koud, rillend in het donker voor zonsopkomst terwijl we richting Padar Island vlogen. De klim duurde zo’n twintig minuten met gids. Tegen zonsopgang zaten we op de top, uitkijkend over de beroemde drievoudige baaien — roze, wit en goudkleurig zand dat zich onder ons uitstrekte. De wandeling bij Komodo Island voelde later die ochtend surrealistisch in de middaghitte, twee beesten loerend bij het rangerpostje als gigantische hagedissen. We zwommen om 14:00 uur bij Pink Beach, het zand licht roze als het licht juist viel, daarna dreef ik met rifhaaien bij Batu Bolong voordat we naar Kalong Island voeren voor de avond. De exodus van vleermuizen van het mangrove-eiland was luider dan ik dacht — vleugels klapperend als losse zeilen terwijl duizenden opstegen.
Op de laatste dag lagen we rond 9 uur voor anker bij Taka Makassar. De zandbank dook langzaam op naarmate de vloed daalde, een wit lint dat oprees uit turkoois water. Kinderen van het nabijgelegen Kanawa Island zwommen erop af met zee-egels en schelpen te verkopen, lachend als we probeerden hun duikvaardigheden te evenaren. We snorkelden in de late ochtend langs de drop-off van Kanawa, waar we een jonge schildpad onder een richel vonden. De terugreis naar Labuan Bajo duurde de hele middag, de boot gestaag varende onder een sluier van nevel. Tegen de tijd dat we aanmeerden, had de bemanning restjes kue en fruit in zakjes gedaan voor onderweg — kleine dingen, maar die het persoonlijk maakten.










