About Kanthaka
Het eerste wat me opviel was de geur van kruidnagelkoffie die vanuit de kombuis omhoogdreef bij zonsopgang boven Padar. Ik stapte op blote voeten het teakhouten dek op, nog koel van de nacht, en zag de silhouetten van Komodo in de verte. We hadden de vorige avond voor anker gelegen bij Kalong, en de vleermuizen cirkelden al boven de mangroven. Geen haast, geen drukte – alleen de bemanning die geruisloos ontbijt bereidde en het zachte kraken van de romp. Dit was geen excursie. Het voelde meer als een geheim dat met ons werd gedeeld.
Kanthaka is 33,7 meter handgesalde phinisi, maar je voelt de omvang niet omdat er maar tien gasten aan boord zijn. De vijf hutten – Sagara, Nandini, Jivana, Mihika, Aruna – liggen verspreid over het benedendek, elk met goede ventilatie en een eigen badkamer die écht werkte, zonder pompproblemen. Ik sliep in een Mihika-hut, met gedeelde badkamer maar met eigen patrijspoort en opbergvakken. 's Nachts was het schip stil. Geen motorgeluid na 20:00 uur, alleen het klotsen van water tegen de romp.
We volgden een klassieke 3D2N-route, maar de timing was slimmer dan ik verwachtte. Dag één begon met een korte overtocht vanaf Labuan Bajo naar Menjerite. We gingen snorkelen in de late namiddag, toen de zon laag stond en het rif – met zachte koralen die als linten wiegden – zich het beste liet fotograferen. Geen andere groepen in zicht. Die avond aten we gegrilde rifvis en jakfruitcurry, geserveerd op echt servies, geen plastic. De kok onthield dieetwensen zonder dat je het twee keer hoefde te zeggen.
Dag twee begon op Padar, waar we net na zonsopgang de top beklommen. Het uitzicht vanaf de top – het drievoudige dal met pastelroze en blauwe tinten – zat vol dagtoeristen op het lagere platform, maar onze groep nam een zijpad dat de gids kende, en we hadden de bovenste kam voor onszelf. Na Komodo Island, waar we draken zagen voeden op een buffelkarkas (beetje grimmig, maar authentiek), snorkelden we bij Manta Point. Twee manta’s cirkelden bijna twintig minuten om ons heen. Eén zwom zo dicht langs dat ik de waterverplaatsing op mijn gezicht voelde.
Laatste dag: Taka Makassar bij laag water – alleen een zandplaat en turquoise water, geen mensen. Daarna Kanawa voor een laatste duik met de snorkel. De bemanning had een laatste lunch ingepakt: saté en tropisch fruit. We aten aan de boeg terwijl we terugzeilden. Geen haast. Geen strikte afzet om 14:00 uur. Ze wachtten tot iedereen klaar was. Toen we aanmeerdeden, voelde ik me niet uitgeput. Ik voelde me aangepast – langzamer, bewuster van getijden en licht.










