About Kimochi
We zetten de motoren zo lang mogelijk uit bij het passeren van de noordpunt van Komodo Island. De wind moet dwars op de romp staan, niet van voren, niet van achteren — precies goed — en dan reageert de Kimochi direct. Op 20 meter is ze niet de grootste phinisi hier, maar haar romp van Ulin- en Jati-hout kent deze deining. We hebben haar zien inslijten in de golven tussen Sebayur en Batu Bolong alsof ze daarvoor geboren is. Als het moessonseizoen verschuift, passen wij ons aan. Zo houden we twaalf gasten stabiel zonder het sfeertje te doorbreken.
Ze biedt slaapruimte aan twaalf personen in vijf hutten onder dek, elk met individueel regelbare airco en echte ventilatie voor wie de zeewind verkiest. Geen twee hutten zijn exact hetzelfde — dit meubelwerk volgt geen massaproductie. De ene heeft een iets hoger plafond, de andere ligt aan de rustigere zijde bij ankerplaatsen zoals Pink Beach. De bemanning weet welke gast welke voorkeur heeft. Onze kombuis werkt op propaan, niet op elektriciteit, want verse knoflook gebakken in sjalot maakt het verschil tussen een goede maaltijd en een die je om vijf uur ’s ochtends nog herinnert, als de zon Padar raakt.
Tijdens een standaard 3D2N-trip arriveren we in de late namiddag. Gasten komen aan met vluchten naar Labuan Bajo, installeren zich, en dan varen we naar Kelor voor een ontspannen zwemtocht bij zonsondergang. Dag twee begint om 5:30 met koffie en een briefing — het zigzaggende pad op Padar vraagt om vroeg licht en weinig hitte. Om 7:30 sta je op de top, maar we blijven niet lang. De stroming tussen Komodo en Rinca neemt rond het middaguur toe, dus schuiven we door naar Loh Liang voor de dragon walk. We houden de rubberboot 15 minuten van tevoren klaar — de rangers wachten niet.
Na de lunch op het dek drijven we naar Pink Beach, niet voor het strand, maar voor de rifhelling aan de oostkant. Snorkel daar, en je ziet meer dan zand. Daarna Manta Point in de late namiddag — dezelfde plek, andere getij. We ankeren tegen de wind in en laten de stroming ze naar ons toe brengen. Je jaagt niet op manta’s. Je wacht. Op dag drie varen we, als de deining onder 1,5 meter blijft, verder naar het oosten naar Taka Makassar. Zo niet, dan biedt de binnenbaai van Kanawa nog steeds koraal en wit zand. In elk geval zijn we om 16:00 uur weer terug in Labuan Bajo, getankt en opgeruimd, klaar voor de volgende bemanning.
De duikuitrusting is zowel DIN als Yoke, beide beschikbaar. We hebben reserve-maskers met brilglazen, niet omdat we het adverteren, maar omdat iemand het altijd vergeet. Onze tender is een 5,2 meter RIB met 90 pk — genoeg om een onweersbui te ontlopen, niet overdreven voor het instappen. We organiseren geen expeditie naar Weh of Cenderawasih. Kimochi is voor Komodo: de wind, de stroming, de draken, de getijden. Dat is genoeg.










