About Sea Escape Luxe
Het eerste wat opviel, was het licht – zacht goud dat over de helling van Kelor Island stroomde terwijl we de motor uitschakelden, net buiten de kust. We waren om 7 uur vertrokken uit Labuan Bajo, de stadslampen verdwenen achter de boeg, en al snel had het ritme van de zee zich in ons genesteld. Sea Escape Luxe is geen liveaboard, maar voor een dagtrip in Komodo ligt hier alles perfect: zitkussens aan de achterkant, een overdekte lounge met kussensbanken en een eettafel waar koud water en fruit klaarstonden nog voordat we voor anker gingen.
De ochtend brachten we door met snorkelen in de koraaltuin van Kelor, waar papegaaivisjes de riffen afkrabden en een kleine octopus onder een richel verdween. De bemanning deelde vinnen en maskers uit uit een droge opbergbak bij de stuurhut – geen wachten, geen gedoe. Tegen elf uur waren we bij Pink Beach, en de kleur was echt, geen overdreven Instagram-truc. Het zijn de vermalen koralen en rode foraminiferen, legde de gids uit, geen zand, en het zien in het middaglicht, met de warme wind in de rug, voelde als het ontdekken van iets stils en ouds.
Na een lunch met zeevruchten op papieren borden met echt bestek (grijs visschub, komkommer-tomaatsla, gebakken tempeh) voeren we door naar Manta Point. Ik had manta’s gezien op video, maar niets had me voorbereid op de eerste schaduw die onder me door gleed – vijf meter breed, geruisloos, cirkelend rond het reinigingsstation. Twintig minuten bleven we drijven, dobberend in de stroming, tot de bestuurder van Sea Escape Luxe op zijn horloge tikte. Het schema was strak, maar niet gehaast. We bereikten Kanawa Island om 15:30 uur, net op tijd om over de zandbank te waden voordat de vloed steeg. Een man aan boord probeerde de branding te bodyboarden; hij viel flink, maar lachte harder dan wie dan ook.
Terug aan boord bleef de overdekte cabine koel, zelfs toen we oostwaarts voeren in het namiddaglicht. De airco stond niet op volle kracht, maar wel genoeg om onze handdoeken te drogen en de snacks te redden. Rond vijf uur passeerden we Kalong Island, de lucht doorkruist door fruitvleermuizen op weg naar hun voeding. Geen stop – alleen een rustige vaart langs de mangroven terwijl de bemanning zoete ijsthee ronddeelde. Om zes uur waren we terug in de haven van Labuan Bajo, afgemeerd bij de veerbootterminal. Ik keek op mijn telefoon: 112 foto’s, geen zeeziekte, en een zonnebrand op mijn linker schouder die ik droeg als een onderscheiding.










