About D3 Speedboat
Het was koud tegen de metalen railing om 6:45 uur, de D3 Speedboat nog stil voor anker vlak voor Loh Liang. De lucht kleurde zachtroze achter de scherpe contouren van Rinca, en onze gids wees naar beweging langs de zoom van het bos — twee Komodo-draden, een grotere die de ander verdrong bij een rotsformatie. Nog geen zeven uur, en het eiland voelde al levendig op een manier die geen foto ooit kan vangen.
We waren bij zonsopgang vanuit Labuan Bajo vertrokken, de bemanning hielp ons aan boord met zwemvesten en een snelle veiligheidsinstructie. De D3 is snel — niet stil, maar opvallend stabiel — en we bereikten Rinca in iets minder dan een uur. Na de briefing van de ranger en de wandeling op zoek naar draken, voeren we om tien uur naar Manta Point. Ik had manta’s gezien in documentaires, maar niets had me voorbereid op die eerste blik: een donkere driehoek onder het wateroppervlak, dan nog een, die als klokwerk rond het reinigingsstation cirkelden. Snorkelen daar voelde aan als zweven boven een ballet — moeiteloos, stil, surreëel.
Tegen twaalven lagen we voor anker bij Pink Beach. Het zand is écht roze, vooral aan het noordelijke uiteinde waar gemalen koraal zich mengt met het witte zand. Onder een opgespannen zeil op het strand aten we een lunchpakket — gegrilde kip, rijst, komkommersalade en koud water — terwijl een paar van ons in het ondiepe water gingen snorkelen bij de rotsranden. Een kleine school vissersjellyfish dreef net onder het oppervlak, ongevaarlijk maar verrassend op het eerste gezicht. De bemanning van de D3 hield scherp in de gaten en waarschuwde toen er een lichte stroming opstak.
Aan boord gingen we koers richting Padar Island, maar alleen om het eiland te omzeilen en foto’s te maken vanaf het water. De beklimming maakte niet deel uit van deze dagtrip, maar de aanblik van de drie baaien op ooghoogte — smaragd, turkoois en diepblauw — nam me toch de adem. De D3 Speedboat stopte bij een rustige inham waar we konden zwemmen en vanaf de achterkant springen. Eén jongere gast maakte een achterwaartse salto; de bemanning juichte. Het voelde minder als een tour, meer als een dag met vrienden die de wateren uit hun hoofd kennen.
De terugtocht naar Labuan Bajo was vlot, de namiddagzon wierp lange schaduwen over het water. We passeerden Sebayur Island, waar al een paar boten voor de nacht voor anker lagen. Onze gids deelde koude washandjes uit en de laatste stukjes fruit — ananasschijfjes in papieren bekertjes. Ik zat weer vooraan, benen bungelend, de glijbeweging van de manta, de traag knipperende ogen van de draak, het kraken van roze zand onder mijn sandalen opnieuw afspelend in mijn hoofd. Het was een lange dag — vol, intens, compleet — maar het tempo klopte. Niets voelde gehaast, niets gemist.










