About Sora
Het eerste wat me opviel aan de Sora was niet het gepolijste hout of de twee hutten — het was hoe stil ze van de kade vertrok. Net na 16:00 uur in Labuan Bajo, zonder gierende motoren of geschreeuwde bevelen, gleed het schip langs de vissersboten voor anker bij Sebayur. De bemanning had het vertrek afgestemd op eb, en terwijl we langs de schaduw van Bidadari Island voeren, lag het water plat als kwik. Om 17:30 hadden we voor anker gelegen in de buitenbaai van Menjerite. Net voor zonsondergang nam ik de kajak de zee op. De stilte daar, met alleen het plonzen van de peddel en het gedempte geroezemoes van het strand, zei genoeg: dit zou geen haastige Komodo-duikcruise worden.
De Sora is een 34-meter phinisi met twee privéhutten, midscheeps geplaatst voor balans. Op de tweede ochtend werd ik om 5:45 wakker van de geur van koffie uit de kombuis. We lagen voor anker bij Padar, en de eerste rubberboot vertrok om 6:10 — slechts acht van ons, die het asfaltvrije pad op liepen dat zigzaggend de noordelijke kam van het eiland beklom. Er is geen haast bij de klim; de gidsen weten dat de meeste mensen foto’s willen op het hoogste punt, met de zon net boven de horizon. Bij terugkomst had de bemanning al de strandlunch klaargezet: gegrilde vis uit de regio, komkommer-tomaatsla, en koud ananas in kokoswater, opgediend onder een blauwe tent op het zand.
Het ritme van de dagen volgde het tempo van het schip — doordacht, niet traag. Na Padar voeren we zuidwaarts naar Komodo Island. Het rangerstation bij Loh Liang was druk, maar onze groep bleef bij elkaar en zag binnen 40 minuten zes Komodo-dragons, een ervan met een rot ei uit een monitor-nest. Daarna direct naar Pink Beach. De Sora liet het anker zakken op nog geen 50 meter van de kust. Ik zwom er na de lunch naartoe, liep over het roze zand dat zijn tint dankt aan vermalen koraal. De bemanning had een koelbox met gekoeld water op het strand gezet — een klein gebaar, maar na een wandeling van 32°C over de duinen was het alles wat telde.
Dag drie begon voor zonsopkomst. We verlieten Taka Makassar — normaal om 8 uur al vol — om 6:20, zodat de enige rimpels op het water van onze boeg kwamen. Het ontbijt stond al klaar: banaanpannenkoeken, zachtgekookte eieren en sterke Javakoffie in emaillen mokken. Om 7:40 dreven we langs de koraalhelling van Kanawa. Het huisrif hier heeft anemonen die vastzitten aan de drop-off, en we zagen een paar batfish die een barrel-spons omcirkelden. De snorkelgids drong niemand aan om het water in te gaan; wie aan boord bleef, had om 9 uur al een hangmat gespannen over het bovendek. Op de laatste etappe terug naar Labuan Bajo zette de kapitein de motoren af bij Banta Island, zodat we de cicaden konden horen zoemen aan land. Dat is het beeld dat blijft — hoe stil het voelde, zelfs op het einde van de reis.










