About Invictus Boat
De eerste avond daalde snel neer. Ik stond aan de achtersteven terwijl de zon verdween achter de gekartelde omtrek van Kelor, het water tussen de mangroven goudkleurig oplichtend. Op het bovendek filmde een gast met een telelens, een ander dronk zwijgend thee — geen muziek, geen gepraat, alleen het zachte geluid van de motor die ons soepel naar de ankerplaats bracht. Die stilte, doordacht en natuurlijk, vertelde me dat dit geen boot was die indruk wilde maken. Het was er een die haar ritme kende.
Om 5:30 uur de volgende ochtend was de bemanning al bij Padar aangekomen. Geen gedrang bij het begin van het pad — wij waren de enigen op het kronkelende traject. De klim, steil in de opkomende hitte, opende zich naar het bekende panorama: de drie baaien lagen er scherp en leeg bij in het vroege licht. Aan boord werd ontbijt geserveerd aan de beschaduwde kant — zachtgekookte eieren, papaja, sterke lokale koffie in keramische mokken die niet eens schoven, ook al helde Invictus Boat licht in de deining. Uit de kombuis, open aan de achterzijde, steeg de geur van gebakken uien en kurkuma op.
We brachten de middag door op Komodo Island. De rangers leidden ons in een strakke rij door het droge bos, ogen gericht op het bladerdak. Een gids tikte tweemaal met zijn stok — een draak, bijna twee meter lang, ontrolde zich uit de schaduw van een krokodillenboom en gleed geruisloos het onderhout in. Geen flitsfoto’s, geen afwijken van het pad. Later, op Pink Beach, was het zand koeler onder de voeten dan verwacht, de koraalfragmenten door de zon roze gebaad. Ik snorkelde bij het noordelijke punt waar de stroming plankton opjoeg, wat kleine jacks aantrok.
Om 15:00 uur zweefden we boven Manta Point bij Batu Bolong. Mantas cirkelden in paren rond het schoonmaakstation, hun vleugelpunten raakten licht het rif. De bemanning liet de lijnen vroeg zakken — ze kenden het patroon — en binnen minuten waren drie gasten in het water, roerloos drijvend terwijl de roggen op twee meter afstand voorbijgleden. Aan dek lagen handdoeken al klaar, en gekoelde kokoswater werd rondgedeeld zonder dat iemand hoefde te vragen.
Dag drie begon op Taka Makassar. Het zandbankje dook op bij laag water, een lange witte boog in turkoois. We waadden erdoorheen, het water steeg nooit hoger dan halverwege de dij. Op Kanawa was het snorkelen levendiger — rifhaaien schoten onder de afgronden, en een hawkbill schildpad hield zich vast aan een richel bij de ankerketting. De terugreis naar Labuan Bajo duurde zes uur, maar de boot bleef stabiel. Ik bracht het laatste stuk door op het lagere dek, kijkend naar de horizon die met elke golf licht kantelde, terwijl de bemanning geruisloos tussen de posten bewoog.










