About Alfathran
De eerste keer dat ik de Alfathran zag, lag ze afgemeerd in Labuan Bajo, net voor zonsondergang. De zon was al verdwenen achter de dorre heuvels, en het laatste licht streelde de teakhouten reling, die glansde als honing. Geen ophef, geen drukte — slechts twee bemanningsleden die rustig de lijnen nakeken, met bewegingen die je aanvoelt als jarenlange gewoonte. Aan boord viel meteen op hoe opgeruimd alles was: geen slingerende touwen, geen opgestapelde reddingsvesten. Het dek strekte zich breed en open uit, met slechts twee ligbedden bij de boeg. Geen jacht dat is ontworpen om indruk te maken, maar om in te leven.
Die nacht voeren we langzaam de haven uit op motor, met een vaartlijn die zachtgroen oplichtte. Tegen de tijd dat we voor anker gingen bij Kelor, stond de hemel vol sterren. De Alfathran heeft slechts één hut, onder dek, midscheeps, en ik was dankbaar voor de stilte. Één suite betekent geen gedeelde wanden, geen voetstappen van boven. Het bed was breed, opgemaakt met gesteven katoen, en het patrijspoortje — perfect geplaatst — liet het geluid van kabbelend water binnen, zonder tocht. De eigen badkamer had fatsoenlijke watertoevoer, zeldzaam op een phinisi, en een afvoer die niet de hele nacht borrelde.
Om 5:30 uur stond er koffie klaar op het bovendek. In het donker waren we geruisloos verplaatst, met uitzicht op Padar Island. Bij zonsopgang veranderde de driepiksrand van grijs naar roestbruin, en uiteindelijk goud. Geen enkel ander jacht in de baai. Na de wandeling — steil, maar kort, met uitzicht over de getande kust — keerden we terug voor ontbijt: gebakken banaan, zachte eieren en sterke Javaanse koffie. De ochtendzon raakte de stuurboordzijde, en de kussens lagen al klaar. Urenlang bleef ik daar, lezend, met af en toe het plonsgeluid van een voorbijzwemmende rifhaai.
Snorkelen bij Manta Point voelde anders dan op grotere boten. Met slechts twee gasten kon de gids dichtbij blijven, en wees hij op de reinigingsstations onder de stroming. Eén manta cirkelde drie keer om ons heen, met een vleugelpunt die op een meter afstand voorbij gleed. Aan boord werd lunch geserveerd onder een canvas afdak — gegrilde mahi-mahi met augurk in azijn en kokosrijst. De tafel was netjes gedekt, met echt bestek en glazen die niet omvielen bij lichte deining.
Op de laatste ochtend bereikten we Taka Makassar om 7 uur. De zandplaat was al zichtbaar, een smalle witte streep in het turkoois. Bij laag tij waadden we erdoorheen, daarna dreef ik op mijn rug, starend naar de lichter wordende lucht. Geen drones, geen speedboten. Alleen het zachte zoemen van de generator van de Alfathran, amper hoorbaar vanaf 50 meter. Bij vertrek werden de lakens opgevouwen, de snorkels gespoeld, en alles opgeborgen zonder haast. Aan boord van de Alfathran voel je je geen passagier. Je voelt je iemand die is toegelaten tot een rustig ritueel, herhaald seizoen na seizoen.










