About Leticia
Ik herinner me dat ik net na 6:30 op het voordek stond, de lucht nog warm, maar de bemanning al in stilte aan het werk. De zon was achter Padar Island verdwenen, de kliffen in zacht goud gezet, en Leticia gleed terug naar open zee. Geen haast, geen geschreeuwde bevelen — alleen een paar gemompelde woorden tussen kapitein en bootsman bij het losmaken van de tros. Dat moment, meer dan welk reclamebeeld ook, vertelde me dat dit geen lopende band was. Dit was een boot die de pols van Komodo’s getijden begreep.
Leticia is 29 meter goed onderhouden Phinisi-linie, niet de grootste in de vloot, maar zo in balans dat ze stabiel aanvoelt, zelfs in de korte golven van de Banda Zee. Haar acht hutten bieden plaats aan maximaal 25 gasten, maar tijdens onze 3D2N cruise waren we met z’n zestienden. Het onderscheid tussen Master-, Deluxe- en Superiorhutten is niet alleen prijsgerelateerd — het gaat ook om ligging. De Master Cabins, Hanoman en Arjuna, liggen achteraan met privétoegang en iets bredere patrijspoorten die het ochtendlicht vangen. De Deluxe hutten — Drupadi, Pandawa, Aswatama, Kurawa — liggen midscheeps, stiller tijdens de vaart. De Superior hutten, Nakula Sadewa en Dawala Badranaya, zijn compacter maar goed geventileerd, ideaal als je je tijd vooral in het water doorbrengt.
Onze dagen volgden een duidelijke ritme. Dag één begon met een landing op Kelor Island om 15:30 — korte wandeling, panoramisch uitzicht, daarna een zonsondergangsduik in water zo helder dat je elke steen zag verschuiven onder de stroming. De volgende ochtend, Padar bij zonsopgang. We lagen voor anker in de baai, klauterden in bijna duisternis de droge paden op en bereikten het zadel net op het moment dat het eerste licht over de scherpe kammen stroomde. Tegen 9 uur waren we op Komodo Island, met rangers, op zoek naar de Komodo-dragon in de struiken. In de middag: Pink Beach — ja, het zand is echt roze — en daarna Manta Point, waar twee rifmanta’s tien minuten lang het boegspriet cirkelden, dichtbij genoeg om de littekens en patronen op hun rug te zien.
Dag drie: Taka Makassar — een wit zandbankje, tot aan je middel in water in elke richting — gevolgd door een laatste snorkeltrip bij Kanawa, waar de koraalplateaus steil aflopen en de stroming kleine rifhaaien meevoert. De bemanning van Leticia timede onze terugkeer naar Labuan Bajo om de drukste ferrytijd te ontwijken. Niemand zei er iets over, maar ik merkte dat de chef de gekruide banaanballetjes had bewaard voor de laatste ochtend, geserveerd met dikke lokale koffie terwijl we de havenboeien passeerden.
Wat opviel, was geen luxe om de luxe. Het was het instinct van de bemanning voor tempo — wanneer stil te zijn bij een manta, wanneer een koude doek aan te bieden na een wandeling, hoe lunch vroeger te serveren als de volgende ankerplaats blootlag. De indoor-outdoor lounge werkte precies zoals bedoeld: schaduwrijke tafel voor kaarten bij de hitte, open dek achteraan voor sterren kijken na het eten. Geen franje, geen overdreven gebaren — gewoon een boot die haar werk kent.










