About Lamborajo I
Het eerste wat opviel, waren niet de zonsondergangen of de draken — het was de stilte. Om 18:30 op dag één, nadat we het kanaal van Labuan Bajo hadden verlaten, viel de diesel stil en werd het voorzeil gehesen. We gleed langs Banta Island, aangedreven door de wind alleen, de kielzog een zilveren veeg in het vallende licht. Geen muziek, geen gepraat — alleen het klotsen van water tegen de romp en af en toe het ritselen van zeildoek. Dat moment bepaalde de toon: Lamborajo I schreeuwt niet. Het beweegt in het ritme van de kust.
Lamborajo I is 26 meter ervaren hout, gebouwd voor functie maar met doordachte details. De zes hutten zijn in een kruisindeling onder dek geplaatst, elk met grote patrijspoorten die bij anker openblijven, zodat zeebries en het geluid van kabbelend water naar binnen stromen. De mijne keek naar bakboord, net achter de kombuis, en ving rond 07:00 de ochtendzon als de bemanning sterke lokale koffie zette. De matrassen zijn niet zacht, maar stevig en droog — geen schimmelgeur, zelfs na drie dagen op zee. Gedeelde badkamers werken op zeewater, maar er is continu verswater voor spoelen, en de douches op het bovendek hebben behoorlijke druk.
Op dag twee hadden we een rustig ritme gevonden. Om 05:30 opstaan voor de westkam van Padar Island. De klim begint in het donker met hoofdlampen, maar tegen de tijd dat je boven bent, snijdt het eerste licht door de Floreszee en onthult de gebogen baaien in tinten roest en oker. Om 08:15 werd er ontbijt geserveerd — banaanpannenkoeken, papaja en gekookte eieren — net voordat we het anker lichtten voor Komodo Village. Het rangerstation opent om 08:30 precies; wij waren de eerste groep binnen, waardoor we de cruiseschepen ontweken. De drakenwandeling is kort — zo’n 1,2 km — maar de gidsen weten waar de grote mannetjes liggen te rusten in de schaduw van de Ziziphus-bomen.
Lunch was gegrilde mahi-mahi met sambal matah, onder het afdak gegeten terwijl we langs Pink Beach dreven. Het zand is niet neonrood, maar van dichtbij zie je de glinsterende rode fragmenten van foraminiferen in de middagzon. In de namiddag gingen we naar Manta Point bij Batu Bolong, waar snorkelen om 14:00 begint als de stroming draait. In 45 minuten telde ik acht mantas, een met een beschadigde linkervleugel die twee keer terugkeerde. De bemanning gooide vroeg de drijvende lijn overboord, en niemand haastte zich. Op dag drie bereikten we Taka Makassar om 07:00 — een ondiepe zandbank, tot aan de knieën bij laagwater. Om 09:00 waren we bij Kanawa, waar het rif snel afloopt naar het diepe. De duikmaster wees op een wobbegong onder een richel op 12 meter. Geen duikuitrusting aan boord, maar snorkelaars worden volledig ondersteund.
Wat blijft hangen, is de timing van de bemanning. Ze wekten ons nooit vroeg zonder reden. Verplaatsingen gebeurden bij zonsopgang of -ondergang, zodat er overdag zo min mogelijk motorgeluid was. De ligstoelen op het bovendek zijn eenvoudige teaklaten, maar ze staan precies goed om het avondlicht te vangen. Om 18:00 op de laatste dag, toen we Labuan Bajo naderden, kreeg ik een limonadesoda zonder siroop — gewoon koud glas en bellen. Dat is het ritme van Lamborajo: ingetogen, precies, en diep in verbinding met het water.










